Slauerhoff Blog

Vier schrijvers over Slauerhoff in de moderne literatuur (verslag)

Kader_abdolah_oct08_by_sander_bakkes
Sanderbakkes (CC)

Op 14 november vond in de Centrale Bibliotheek in Utrecht een lezing plaats over de invloed van Slauerhoff in de moderne literatuur. Er waren vier sprekers: Willem Otterspeer, Christiaan Weijts, Jan Brokken en Kader Abdolah. Het was een leuke en leerzame avond.

Willem Otterspeer
De eerste spreker van de avond is Hermans-biograaf Willem Otterspeer. Hij vertelt uitgebreid over de liefde van Hermans voor Slauerhoff. Hermans had drie grote helden: Nietzsche, Schopenhauer en Slauerhoff. Slauerhoff was voor Hermans de grootste Nederlandse dichter. Hermans was vooral onder de indruk van Het Leven op Aarde. Hij zag dit als een tijdloos meesterwerk. Hij herkende in Slauerhoff de melancholie, een droevige stemming en wrange beelden. Voor Hermans was de schoonheid van Slauerhoffs werk altijd verbonden met treurigheid. Hermans: “Zijn beste gedichten klinken niet anders dan als lange snikken, maar het zijn tranen waarin een gehele kosmos weerspiegeld wordt.”

Willem Otterspeer ziet ook stilistische overeenkomsten tussen het werk van Hermans en Slauerhoff: de symbolische vaagheid en de betoverende werking van de namen van de personages. Ook de slordigheid in formulering ziet hij zowel in Slauerhoff als in Hermans. “Beiden wilden liever niet geleerd overkomen”, zegt Willem Otterspeer.
Hermans ontdekte Slauerhoff voor het eerst toen hij veertien was en het overlijdensbericht van Slauerhoff las. Bij het bericht stond een foto van Slauerhoff met terneergeslagen ogen. Hermans was erg onder de indruk van deze foto, omdat Slauerhoff hier zijn eigen nalatenschap bepaalde. Hermans heeft op zijn eigen foto’s dan ook altijd de strengste censuur toegepast. Hij poseerde op zo’n manier, dat hij overkwam als roofdier, of gangster: “Dat wilde hij zijn, dus zo moest hij gefotografeerd worden. Dat had hij van Slauerhoff geleerd”, Aldus Willem Otterspeer.

Christiaan Weijts
Christiaan Weijts begint zijn verhaal door te bekennen dat hij Slauerhoff eigenlijk liever niet met ons wilde delen. “Slauerhoff is van mij”, zei hij. Hij las Slauerhoff voor het eerst op de middelbare school en had toen het gevoel dat Slauerhoff precies verwoordde wat hij voelde. Dat, met andere woorden, Slauerhoff zijn poëzie speciaal voor hem geschreven had. Hij herkende de emoties van liefde en de drang om te vluchten. Ook hij wou “sterven aan de oevers van de dagen”. Hij zag Slauerhoff als zijn dode kameraad, “maar dat mogen jullie niet doorvertellen”.
Na de middelbare school vergat Weijts Slauerhoff weer een tijdje, tot hij De Etaleur schreef. Toen kwamen de dichtregels van Slauerhoff weer in hem naar boven: “Ik tast nog eens in ’t donker naar een mond / En sidder langs een lijf; een aardverschuiving / Schudt de paleizen, woelend in hun grond”. Opnieuw had hij het gevoel dat Slauerhoff zijn regels speciaal voor hem, speciaal voor zijn boek geschreven had.

Jan Brokken
Jan Brokken is net als Slauerhoff iemand die veel heeft rondgezworven. Hij heeft, ook in zijn werk, een voorliefde voor de zee en voor eilanden. Over zijn werk Blinde Passagiers zei criticus André Matthijse: “sinds Slauerhoff werd er niet meer zo mooi over de zee geschreven”.
Jan Brokken zegt dat hij Slauerhoff waardeert om zijn nieuwsgierigheid en zijn naar buiten gerichtheid. Slauerhoff trok fysiek én literair de wijde wereld in. Niet omdat hij van reizen hield, legt Jan Brokken uit, maar omdat hij Nederland haatte. Jan Brokken citeerde Slauerhoff: “In Nederland wil ik niet leven, / Men moet er steeds zijn lusten reven, / Ter wille van de goede buren, / Die gretig door elk gaatje gluren.” Jan Brokken zegt zich in deze regels te herkennen, ook hij is niet dol op Nederland.
Toch vindt hij dat Slauerhoff overdrijft. Slauerhoff beweert dat hij weg moet, alsof hij uit zijn eigen land verdreven werd. “Ik herlees Slauerhoff om de neiging tot dergelijke overdrijving in mijzelf te onderdrukken”, aldus Jan Brokken.

Kader Abdolah
Zoals het lot bepaalde dat Slauerhoff Nederland uit Nederland vluchtte, zo bepaalde het lot dat Kader Abdolah naar Nederland vluchtte. Kader Abdolah vertelt over hoe hij naar Nederland kwam op 34 jarige leeftijd. Toen hij nog geen Nederlands sprak, las hij al wel Nederlandse literatuur. Hij probeerde op die manier de Nederlandse taal te leren en de ziel van het Nederlandse volk te begrijpen. Zo kwam hij ook met Slauerhoff in aanraking. De gedichten van Slauerhoff waren voor hem een geheel nieuwe ervaring, “geen Pers zou er ooit aan denken om over de zee te schrijven”, zegt Kader Abdolah.
Kader Abdolah citeert Slauerhoff: “In Nederland wil ik niet sterven, / En in de natte grond bederven / Waarop men nimmer heeft geleefd.” Hij zegt zich in deze regels te herkennen. Hij heeft geen hekel aan Nederland, zoals Slauerhoff dat had, toch zou hij niet in Nederland willen sterven. “Ik ben bang voor vochtige grond”, aldus Kader Abdolah.
Hoewel Slauerhoff een hekel had aan Nederland, omschrijft Kader Abdolah hem toch als een typisch Nederlandse dichter. “Slauerhoff ving de geest van het Nederlands-zijn”, zegt hij. Dankzij Slauerhoff kwam hij erachter wat écht Nederlands is: water en verlies. Ook kwam hij erachter dat het weggaan bij het Nederlands-zijn hoort. Nederlanders zijn altijd al reizigers, handelaars geweest.
Kader Abdolah sluit af door te zeggen dat hij Slauerhoff niet groots vindt: “Ik bewonder hem, maar hij is niet groots, hij is Nederlands”. Jan Brokken reageerde hierop door te zeggen dat je Slauerhoff wel degelijk groots kunt noemen, omdat hij ook internationaal bekend is geworden en in meerdere talen is vertaald. Deze toevoeging werd door het publiek gewaardeerd, zoals bleek uit het luide applaus dat volgde.

Door: Lisa Berlang

Geplaatst op 16 november 2012 door Het Literatuurhuis

Terug naar overzicht

Share |